Wachten op de nieuwe Jean Mi…

Wachten op de nieuwe Jean Mi…

Hoi allemaal,

Afgelopen weekend schreef ik een opiniestuk over tafeltennis in Vlaanderen, trainingen en de weg richting topsport. Op deze moment is er maar 1 weg en dat is de weg via de topsportschool in Leuven. De lat ligt echter ongelooflijk hoog en wordt ook steeds hoger gelegd. Naar mijn mening is het echter mogelijk om ook de subtop naar een hoger niveau te brengen via andere initiatieven. Dit zou de hele tafeltenniswereld goed doen aangezien een bredere subtop goed is voor topsport en voor de algemene werking.

Deze tekst werd op 15/09 naar de federatie gestuurd. Dit is niet als kritiek bedoeld maar wil eigenlijk iedereen even doen stilstaan bij de gang van zaken. Het staat je vrij om het eens of oneens te zijn met het artikel. Veel leesplezier!

Wachten op een nieuwe Jean-Michel Saive?

Tafeltennis is een schitterende sport. In garages, op heel wat pleintjes, in sportzalen, huizen of scholen wordt onze sport op verschillende niveaus en door alle leeftijden beoefend. Toch blijft het moeilijk om tafeltennis als een échte sport in de kijker te plaatsen. Het brede publiek ziet het als cafésport, een soort amusement op de camping of nog erger als een sport voor dikkere mensen. Als je ooit een tafeltennismatch op niveau zag of zelf op hoog niveau gespeeld hebt, weet je natuurlijk wel beter.

Indien we de tafeltennissport in Vlaanderen en België willen doen groeien, hebben we rolmodellen zoals Laurens Devos, Cedric Nuytinck, Robin Devos, Olav Kosolosky en Margo Degraef nodig. En jawel, daar hoort ook nog steeds Jean-Michel Saive bij. Hij blijft nog altijd dé tafeltennispersoon bij uitstek in België: Jean-Mi is een naam die ronkt en iedereen kent. Onze Vlaamse toppers kunnen hopelijk ook die stap richting absolute wereldtop zetten, zodat de hele Vlaamse tafeltenniswereld hiervan de vruchten plukt.

Een paar rolmodellen zullen echter niet volstaan. Er moet ook meer geprofessionaliseerd worden. Het is een opvallende vaststelling dat professionele trainers in andere sporten talrijk aanwezig zijn, maar dat het in tafeltennis zoeken blijft naar sterke tafeltenniscentra. De sport heeft nood aan een bredere omkadering met professioneel geschoolde trainers, kinesisten, sportpsychologen en conditietrainers die samen spelers begeleiden en trainingsplannen opstellen. Clubs doen wat ze kunnen en leveren goed werk, maar botsen – mede door het systeem van vrijwilligerswerk – op hun limieten. Het is ook logisch natuurlijk dat iemand als vrijwilliger minder daadkracht en tijd heeft voor een club dan professionele mensen.

Aan professionalisme hangt uiteraard een prijskaartje en dit vraagt een andere mindset. Een degelijke vergoeding voor professionele mensen is namelijk noodzakelijk. In sporten als tennis, golf of padel wordt dit algemeen aanvaard. In het kleinere tafeltennis blijven mensen echter raar opkijken van 30 euro per uur voor een privé-training. Maar wat betaal je voor de diensten van een loodgieter, metser of bezetter? Dit zijn allemaal mensen met hetzelfde statuut van zelfstandige, met btw-verplichtingen, met kosten voor materiaal, met … inderdaad dezelfde plichten en lasten als een professionele trainer. Het is een fijne vaststelling dat in tafeltennis heel wat mensen graag individuele trainingen willen. Die hoge vraag naar trainingsuren overtuigt me ervan dat tafeltennis en professionalisme zeker hand in hand kunnen gaan. Het is een bewuste keuze die je als club, speler, ouder, … maakt.

Er beweegt de laatste tijd toch wel wat op sportief vlak in Vlaanderen. Met bijzondere aandacht volg ik de actualiteit bij andere sporten op. De volgende artikels stemmen me dan ook hoopvol:

https://www.internaatkleinseminarie.be/cyclingschool/
https://www.hln.be/in-de-buurt/turnhout/nieuw-vanaf-volgend-schooljaar-sport-en-handelsschool-start-met-optie-tennis~acae4cad/
https://www.hln.be/in-de-buurt/oostende/latijn-skateboarden-studeren-nieuwe-opleiding-gaat-volgend-schooljaar-van-start-in-oostende~ab87fd6a/

Ook andere sporten zijn op zoek naar manieren om hun sport naar een hoger niveau te tillen. In Vlaanderen hebben we voor de crème de la crème in tafeltennis een topsportschool in Leuven. Dit is een structuur voor enkel de allerbeste spelers in België. Topsport Vlaanderen subsidieert deze topsportwerking en legt de lat zeer hoog. De laatste jaren wordt er steeds meer en meer gevraagd van jonge kinderen op het vlak van training en op het vlak van niveau. Later beginnen en nog doorgroeien richting hoog niveau wordt hierdoor zeer moeilijk. Heel wat talenten gaan hierdoor verloren. De werking in de clubs is nauwelijks geschikt om deze kinderen klaar te krijgen voor het onwaarschijnlijke niveau dat tegenwoordig in het eerste middelbaar (op de leeftijd van 12 jaar) gevraagd wordt.

Voor wie minder vertrouwd is met de selectiecriteria, schets ik de huidige voorwaarden. Bij de jongens gaat het minimumniveau richting B6 en bij de meisjes richting B4 in het eerste middelbaar. Wanneer we naar de eerder vernoemde spelers kijken, dan haalden in het verleden Margo Degraef, Cedric Nuytinck en Laurens Devos inderdaad dit niveau. Maar Robin Devos en Olav Kosolosky hadden volgens de huidige voorwaarden niet mogen starten. Jammer voor zulke grote talenten! Het gevolg is ook dat je met deze strengere criteria slechts iedere twee à drie jaar een speler in de topsportwerking binnen krijgt. Andere talenten die het nipt niet halen, krijgen geen kans meer om een carrière uit te bouwen. De laatste jaren begeleidde ik heel wat jonge spelers in hun weg richting topsport zoals Vitja Lutsenko en Per Gevers. Anderen zoals Jelle Campers en Emiel Daneels haalden de norm niet. Ik begeleid graag de jonge jeugd richting de topsportschool in Leuven en wil dit ook blijven doen ik betreur alleen dat een aantal jongeren, indien ze de norm niet halen, uit de boot dreigen te vallen terwijl ze wel degelijk zeer getalenteerd zijn.

Ben ik misnoegd over de hoge eisen van topsport Vlaanderen en de federatie? Nee, eigenlijk helemaal niet. Het is belangrijk en hun volste recht om de lat hoog te leggen, eisen te stellen en te gaan voor de absolute top in Europa en de wereld. Overheidsgeld en geld uit de federatie moet goed worden besteed. Wel wil ik ervoor pleiten om, complementair aan de werking van TS Vlaanderen, te zoeken naar andere/bijkomende manieren om kinderen tot een hoog niveau te brengen, ook als hun potentieel zich wat later in hun parcours ten volle ontplooit.

Er moet een mogelijkheid zijn om spelers tot op A-niveau te krijgen zonder de topsportschoolwerking van Leuven. Kinderen van 12 jaar mogen dromen van een hoog niveau, mogen trainen richting A-niveau. Ik zou zelfs zeggen: ze moeten mogen dromen en moeten ambitie hebben. Om die reden een warm pleidooi richting de federatie om na te denken over openheid, na te denken over alternatieve structuren, na te denken over een werking waarbij subtop en top hand in hand gaan. Geef spelers, zoals in de bovenstaande artikels voor andere sporten beschreven staat, de mogelijkheid overdag 4 tot 6 uur trainen zodat zij wel nog grote sportieve stappen kunnen zetten.

Wat heeft de federatie en topsport hier nu bij te winnen? Veel, heel veel! Indien de subtop sterker wordt, zal ook topsport automatisch sterker worden. Er zal meer concurrentie zijn, meer scherpte en druk. Het niveau van de jeugd zal hoger worden en er zal gestreden worden op het scherpst van de snee. Spelers als Cedric, Robin, Laurens… hebben al jaren, zowel bij jeugd als bij volwassenen, geen tegenstand. Het algemene niveau opkrikken zorgt bijgevolg automatisch voor sterkere spelers.

Wat heeft de tafeltennissport hier nu bij te winnen? Alles! Meer A- en B-spelers in Vlaanderen, geeft meer professionalisme, sterkere sparringpartners, betere spelers en trainers. Net als dat de sport Jean-Mi nodig heeft, heeft ook elke club B-spelers nodig om naar op te kijken. Elk dorp heeft zijn topspeler nodig als voorbeeld. Er zullen meer leden volgen en ook meer gepaste begeleiding voor die leden.

Wat heeft onze jeugd hier nu bij te winnen? Meer dan alles! Je mag kinderen op 12 jaar niet doen stoppen met dromen. Ik begeleid verschillende jongeren onder de 18 jaar en ik geef hen allemaal het idee mee dat A-speler worden haalbaar is. Lukt dat voor iedereen? Waarschijnlijk niet, maar door goede training zullen er meer spelers A kunnen worden en anderen zullen op B0 of B2 niveau stranden. Maar ook dat is al een groot succes, want zo veel B0- en B2-spelers zijn er nu helaas in de regio niet.

Wacht dus niet op een nieuwe Jean-Michel Saive, maar ga dezelfde weg op zoals sporten als tennis, wielrennen of skaten (cfr. krantenartikels). Start met een school in iedere provincie die tafeltennis aanbiedt als afstudeerrichting voor subtop-spelers. Zorg dat sterke (maar niet enkel de sterkste) spelers tijdens de schooluren kunnen trainen en zet internationale tornooien en inschrijvingen open voor de beste spelers (en dus niet enkel voor de spelers van de topsportschool in Leuven). Zet dit open voor de BESTE spelers, uit welke structuur ze ook komen. Ben je bijvoorbeeld top 5 van jouw leeftijd in België, dan zou je ook eens de kans moeten kunnen krijgen om te spelen in Zweden, Turkije, Italië of Frankrijk. Geef hen geen middelen, maar wel opties om te dromen! Geld moet goed besteed worden en moet blijven gaan naar de absolute top, maar via sponsoring en crowdfunding kunnen andere spelers ook hun weg naar deze tornooien vinden. Werk hand in hand met deze spelers en organisaties, zodat ook topsport hiervan beter wordt. Laat de beste spelers af en toe meetrainen met topsport. Zorg voor een kader waarin meer professionalisme nodig is, waar meer trainers nodig zijn, … Op die manier kan de tafeltennissport in het algemeen groeien. Maar blijf ervoor zorgen dat je topsportwerking in Leuven er ver bovenuit steekt, zodat ook spelers uit de subtop dromen van een omkadering in Leuven. Maak het verschil in kwaliteit en financiële middelen zodat ook dat bestaansrecht heeft. Dit is geen pleidooi tegen topsport. Integendeel, dit is een pleidooi voor de groei van onze sport in het algemeen via de uitbouw van een soort middenkader .

Voor alle duidelijkheid: dit is geen sneer naar de federatie of naar de beleidsmakers. Er wordt hard en degelijk gewerkt. Ik heb dit jaren zelf op die manier ervaren. Niemand moet zich aangesproken of aangevallen voelen. Ik geef echter mijn sportieve visie weer over mogelijke groei in onze prachtige sport. Het staat je vrij om het daar wel of niet mee eens te zijn. En voor de critici onder ons: vanzelfsprekend word ik er als professionele trainer, indien dit zou bestaan, ook beter van. Extra uren tijdens schooltijd met sterke spelers, het lijkt te mooi om waar te zijn. Ik spreek dus ook voor mijn eigen winkel. Maar dat niet alleen: ik draag tafeltennis een erg warm hart toe en wil onze sport snel en goed zien groeien. Wacht dus niet op een nieuwe Jean-Mi, maar zorg voor een nieuwe Jean-Mi!

Pieter Geerts
TT Kempen